Adam Frans van der Meulen
Kroniek van overwinningen Lodewijk XIV
Adam Frans van der Meulen, of Adam-François van der Meulen, was een Vlaams schilder en tekenaar die vooral bekend stond om zijn taferelen van militaire veldtochten en veroveringen. Van der Meulen schilderde ook portretten, jachtscènes, kastelen en landschappen. Hij ontwierp prenten en kartons voor wandtapijten. Hij werkte in dienst van de Franse koning Lodewijk XIV, voor wie hij zijn overwinningen, nieuwe bezittingen en portretten schilderde. Hij speelde een belangrijke rol bij het opbouwen van de propagandistische afbeelding van de Franse koning als de 'Zonnekoning'. Zijn gevechtsscènes hadden een belangrijke invloed op de ontwikkeling van het genre van de militaire schilderkunst in Frankrijk. Adam Frans van der Meulen werd geboren in Brussel, waar hij op 11 januari 1632 gedoopt werd. Hij was het oudste van zeven kinderen van Pieter van der Meulen en zijn tweede echtgenote Maria van Steenwegen. Zijn vader was een gerespecteerde notaris. Op 5 maart 1651 liet hij zich inschrijven bij de Brusselse Sint-Lucasgilde als leerling van Peter Snayers. Snayers was een schilder uit Antwerpen die naar Brussel was verhuisd om voor het hof te werken. Hij specialiseerde zich in afbeeldingen van veldslagen, aanvallen op konvooien en burgers, evenals jachtscènes. Van der Meulen werd op 5 maart 1651 meester van de Brusselse Sint-Lucasgilde. De vroegste werken van Van der Meulen behandelden dezelfde onderwerpen als die van zijn meester Snayers, met name kavaleriegevechten. Hij stond ook bekend om het afbeelden van hoffelijke gevolgfiguren te paard. Zijn reputatie voor dit soort taferelen, evenals zijn vaardigheid in het schilderen van paarden, bereikte Frankrijk. Dit leidde ertoe dat de kunstenaar naar Parijs werd geroepen, waar hij op 1 april 1664 in dienst trad van Lodewijk XIV. Het wordt aangenomen dat Jean-Baptiste Colbert, de machtige surintendant des Bâtiments, Arts et Manufactures (Superintendent of Buildings, Arts and Manufactures) en later minister van Financiën, achter de koninklijke benoeming van Van der Meulen zat. Colbert had de opdracht gekregen om de militaire successen van Lodewijk XIV te verheerlijken. Om dit propagandistische doel te bereiken, kwam hij op het idee om een serie tapijten te creëren die de heldhaftige daden van de koning zouden tonen. De hofschilder (Premier peintre du roi) Charles Le Brun was belast met de leiding van de Gobelijnmanufaktuur, de koninklijke tapijtfabriek die pas in 1663 was opgericht, en werd officieel benoemd tot haar directeur op 8 maart 1663. Om het project van Colbert van een serie wandtapijten over de militaire veldtochten van de koning te verwezenlijken, zocht Le Brun zich omringd te zien door een team van schilders dat in staat zou zijn zijn ideeën in wandtapijten om te zetten, en Van der Meulen werd gerekruteerd om Le Brun bij dit project te assisteren. De gevarieerde vaardigheden van Van der Meulen werden hiervoor bijzonder gewaardeerd. De reputatie van Van der Meulen als bekwame paardenschilder is aangehaald als een van de redenen waarom hij werd uitgenodigd om in Frankrijk te werken. Van der Meulen was betrokken bij het ontwerp van meerdere tapijtseries. Hij werkte eerst aan de serie De Geschiedenis van de Koning, waarvoor hij de scènes van de militaire veroveringen creëerde. Omdat het ontwerpwerk veel arbeid vereiste, nodigde Van der Meulen andere Vlaamse kunstenaars uit om hem te helpen met zijn ontwerpen. De landschapschilder Adriaen Frans Boudewijns sloot in 1666 een contract van drie jaar af om in dienst te treden van Adam Frans van der Meulen. Toen Van der Meulen werkte aan het ontwerp van twaalf Gobelins die de maanden voor koning Lodewijk XIV voorstelden, voerde Van der Meulen de kleinere figuren en delen van de landschappen uit, terwijl de rest van de landschappen werd voltooid door Boudewijns en Abraham Genoels, een andere in Parijs actieve Vlaamse schilder. Tijdens zijn verblijf in Parijs graveerde Boudewijns ook veel composities van Van der Meulen. Boudewijns huwde op 12 januari 1670 de zuster van Van der Meulen, genaamd Barbe of Barbara. Vanaf 1668 werkte Van der Meulen aan de tapijtserie genaamd 'Maisons royales' ('Koninklijke Residenties'), die de verschillende paleizen van de koning afbeeldt. De carrière van Van der Meulen in Frankrijk nam snel een aanvang. Zijn jaarloon bij de Gobelinmanufactory werd regelmatig verhoogd en hij was in 1666 een van de bestbetaalde kunstenaars. Hij vergezelde Lodewijk XIV tijdens zijn veldtocht door Vlaanderen tijdens de Devolutieoorlog. Hij maakte tekeningen van diverse steden, waaronder Doornik, Kortrijk, Oudenaarde, Aalst en Rijsel. Zijn schilderijen die de veldtochten in Vlaanderen in 1667 voorstelden, verheugden de Koning zozeer dat vanaf die datum aan Van der Meulen werd opgedragen hem te vergezellen op al zijn expedities. Hij vergezelde de Grote Condé tijdens zijn veldtocht door Bourgondië-Franche-Comté. Hij verkreeg in 1669 het koninklijke privilege om zijn werken te laten graveren. In 1673 werd hij benoemd tot peintre ordinaire du Roy (gewoon hofschilder van de koning). Datzelfde jaar werd hij opgenomen in de Académie royale de peinture et de sculpture zonder een receptiestuk in te dienen, zoals gebruikelijk was. Hij bereikte in 1681 de rang van raadslid in de Academie en in 1688 die van hoofdraadslid. Van der Meulen maakte in totaal negen reizen om de militaire veldtochten van koning Lodewijk XIV te documenteren. Hij genoot van alle soorten faciliteiten bij zijn werk: hij had zijn eigen koets, nam zijn maaltijden in met de officieren en had een assistent genaamd Jean Paul die hem hielp met de tekeningen. De identiteit van deze assisterende kunstenaar is onbekend gebleven en Van der Meulen verwees naar hem als 'mon homme' ('mijn man') zonder verdere specificatie. In 1673 volgde Van der Meulen Lodewijk XIV tijdens de Frans-Nederlandse Oorlog, vergezeld door Jean Paul. De twee kunstenaars maakten tekeningen van ongeveer 32 steden die tijdens de veldtocht door de Fransen werden veroverd. Later maakte hij ook tekeningen van Blois, Amboise en Chambord in Frankrijk. Daarnaast werkte hij in 1674 in Maastricht en in Vlaanderen tussen april 1676 en 1677. Na aanvullende veldtochten in Vlaanderen onder leiding van de generaals le Grand Condé en Henri de La Tour d'Auvergne, Vicomte de Turenne, bezocht hij in 1677 samen met Le Brun en André Le Nôtre Cambrai, Valenciennes, Saint-Omer, Mont Cassel en Cassel. In 1679 werd hij belast met het schilderen van de nieuwe Franse gebieden die werden toegewezen na de Vrede van Nijmegen. Tijdens deze reis ontmoette hij de Vlaamse landschapschilder Cornelis Huysmans in de buurt van Dinant. Hij probeerde Huysmans te overtuigen om zich bij hem aan te sluiten in Parijs als ontwerper bij de Gobelijnmanufaktuur, maar Huysmans weigerde. Later dat jaar was hij in Dinant en in de jaren 1681 en 1682 verbleef hij in Straatsburg, waar hij de nieuw verworven Franse bezittingen van Straatsburg en Lotharingen tekende. Van der Meulen was getrouwd met Catharine Huseweel voordat hij naar Frankrijk verhuisde. Het paar kreeg meerdere kinderen. Een zoon, Louis, geboren op 20 maart 1669, werd gedoopt op 27 maart 1669 in de kapel van de Tuilerieën door de aartsbisschop van Nazianze en coadjutor van Reims, met koning Lodewijk XIV als peetvader en Anne Marie Louise d'Orléans, hertogin van Montpensier, als peettante. Zijn eerste vrouw overleed in januari 1677. Op 22 maart 1679 tekende hij een huwelijkscontract met Catherine Lobry, dochter van een kapitein van de garde van graaf Bassigni. Zij overleed al op 4 oktober 1680. Hij trouwde op 12 januari 1681 met de twintigjarige Marie de Bye, een nicht van Charles Le Brun. Het paar kreeg veel kinderen, waarvan er één postuum werd geboren. Hij schilderde de ontwerpen voor de versiering van de Trap der Ambassadeurs, de grote trap van het appartement van de Koning in Versailles (vier trompe-l'oeil tapijten die de verovering van verschillende steden voorstellen, 1677). Vanaf 1679 werkte hij aan de grootformaat schilderijen De Overwinningen van de Koning (Les conquêtes du Roi), bestemd voor de versiering van het Koninklijk Paviljoen van Marly, waar hij aan werkte tot zijn dood in 1690. Marly was een nieuwe plezierresidentie gebouwd voor de Koning als een architectonische fantasie, met twaalf kleine paviljoenen en een elegant Koninklijk Paviljoen op een vierkante plattegrond. De vier appartementen van het paviljoen werden gescheiden door vestibules die als enige versiering twee marmeren tafels hadden met daarboven elk twee grote schilderijen van De Overwinningen van de Koning van van der Meulen. Van der Meulen werd in opdracht gegeven door Anne Marie Louise d'Orléans, Hertogin van Montpensier, om kleinere replica's van zijn overwinningsschilderijen te maken ter versiering van het Kasteel van Choisy (1680-1688), en later door Louvois om het Kasteel van Meudon te versieren. Hij overleed in Parijs in 1690. Na zijn dood werden zegels geplaatst op zijn appartement en studio, zoals kort tevoren het geval was geweest bij het overlijden van Le Brun, omdat Lodewijk XIV zijn koninklijke privilege deed gelden. Omdat Van der Meulen een gewone schilder van de Koning was en woonde in de Manufactuur van de Gobelins, beval de soeverein de inbeslagname van enkele werken die hij passend achtte om aan hem terug te geven. Zijn leerlingen en werkplaatsassistenten waren onder meer Saveur Lecomte, Mathieu Dufresnet, Dominicus Nollet, Gérard Jean Baptiste Scotin (II), Nicolas de Largillière, Jan van Huchtenburg, Jean-Baptiste Martin en François Duchatel.
Relationship Network
Master student
- Peter Snayers Master
- Adriaen Frans Boudewijns Student
- Jan van Huchtenburg Student
Fellow student
Friend
Influenced
Parent child
- Pieter van der Meulen Child
- Maria van Steenwegen Parent
- Henry Bone Child
- Steven van der Meulen Child
Artworks by this artist (23 total)
- The Troops of Louis XIV before Naarden, 20 July 1672 1672 - 1690
- Two men with tricorns
- Choc de cavalerie ou Combat de cavalerie 1652 - 1690
- A Military Camp, Study for the Painting ‘The Arrival of Louis XIV before Mäestricht, 1673’
- Carriage halt near a wood
- Battle scene
- Study of Two Soldiers and a Hand 17th century
- Study of a Fallen Soldier 17th century
- The Crossing of the Rhine at Lobith on the 16th of June 1672
- A battle scene
- Choc de cavalerie ou Combat de cavalerie. 1652 - 1690
- Rytterkamp
- Battle of Torino Meulen
- Louis XIV Crossing into the Netherlands at Lobith. 1672 - 1690
- Louis XIV at the Siege of Tournai, Seen from the North-East June 21-25, 1667
- Louis XIV Crossing into the Netherlands at Lobith 1672 - 1690
- Cavalry Skirmish
- A nobleman in a state coach at rest escorted by his men and horses, with a gentleman on a white horse approaching and landscape beyond
- Riders attacked at a Ford
- Le Château Neuf de Saint-Germain-en-Laye et les jardins, vus de la rive droite de la Seine 1664 - 1665